Onderzoek nuanceert hype over Web 2.0
Ike Picone, onderzoeker bij FLEET, het onderzoeksproject naar e-publishing trends in Vlaanderen, nuanceert de hype over sociale media en web 2.0-applicaties. Hij stelt ook vast dat internauten heel bewust omgaan met online publiceren en een behoudsgezinde reflex hebben als het gaat om nieuwsselectie.
Door Bram Souffreau
Ike Picone: 'In sommige gevallen is zelfs stemmen op een internetpoll te veel gevraagd.' (Foto: FLEET)
Met de komst van het internet is het aantal publicatiemogelijkheden fors uitgebreid. Internauten bloggen, schrijven hun bevindingen op fora, geven reacties op nieuwsartikels, posten hun eigen filmpjes op het web, leggen een netwerk van vrienden aan en delen hun kennis via de online encyclopedie Wikipedia. Door het zogenaamde web 2.0 ontstaat een troebele sfeer tussen enerzijds de producent van inhoud en anderzijds de consument. Picone omschrijft deze groep van actieve surfers als ‘pro-users’, een samentrekking van de woorden producer en user. Ze worden niet betaald, hebben geen binding met een (media)bedrijf, maar produceren wel inhoud en breiden het website-aanbod gevoelig uit.
In zijn kwalitatief onderzoek ontdekte Picone dat de doorsnee internauten niet zomaar alles online gooien. Integendeel, ze zijn zich zeer bewust van ‘het publiceren’ en houden rekening met de gevolgen van hun actie.
“Daarom spreek ik ook liever over zelfpublicatie”, zegt hij. “De mensen weten dat ze publiceren en passen zich aan de situatie aan. Ze stellen zich vragen over hoe ze zullen overkomen, of het wel zin heeft en of ze mensen kunnen helpen.” Picone vindt de afweging niet vreemd. “Iets publiceren vergt inzet en dan wordt er altijd afgewogen. In sommige gevallen is zelfs stemmen op een internetpoll te veel gevraagd.”
Audio: Ike Picone licht conclusies toeDrie invloedsferen
Uit zijn onderzoek destilleert Picone drie invloedsferen die bepalen of een modale internetgebruiker deelneemt aan de interactiemogelijkheden van het web of niet:
- Inhoudelijk
- Sociaal
- Individueel
Als een surfer weet dat hij met zijn bijdrage iemand kan helpen, dan zal hij veel vlugger geneigd zijn om iets te publiceren
“De inhoudelijke beïnvloeding is zeer concreet: ‘Interesseert het onderwerp me?’ Hoe groter de verbondenheid met het onderwerp, hoe kleiner de drempel om een reactie te posten, een foto op te laden of een vraag te beantwoorden. Die verbondenheid verschilt natuurlijk van persoon tot persoon. Een surfer met een gehandicapt familielid zal bijvoorbeeld veel sneller reageren op een artikel over dokters die mogen parkeren op plaatsen gereserveerd voor mindervaliden.”
Het sociale aspect heeft dan weer te maken met het publiek dat de reactie zal lezen. “Als een surfer weet dat hij met zijn bijdrage iemand kan helpen, dan zal hij veel vlugger geneigd zijn om iets te publiceren. Maar heeft hij het gevoel dat het er allemaal niet veel toe doet, dan is de drempel hoger.”
Een laatste beïnvloeding is zeer persoonlijk. “Onzekere en timide mensen zullen, zelfs als het anoniem kan, minder geneigd zijn om iets op het net te publiceren”, geeft Picone als voorbeeld. “Ook de angst voor het schrijven van fouten of het verkeerd gebruik van de software kan een extra drempel opwerpen.”
Volgens Picone weegt niet elke invloedsfeer even zwaar door. “Soms kan een surfer heel categoriek zijn. Voor iemand die schrik heeft om spelfouten te maken, kan dat al voldoende zijn om nooit een reactie online te plaatsen of een statusupdate mee te geven. De gebruiksvriendelijkheid of toegankelijkheid verbeteren, verandert daar niets aan.”
Toch denkt Picone dat het sociale aspect het zwaarste doorweegt. Mensen verrichten immers graag nuttig werk. Als ze weten dat hun reactie in een stroom van andere reacties zal verdwijnen of niemand zal kunnen helpen, zijn ze minder geneigd om in hun virtuele pen te kruipen.
Tastbare beloningen
Media- en andere bedrijven kunnen de drie sferen wel bewerken en de participatiegraad opkrikken. “De gebruiker moet het gevoel krijgen dat zijn inzet niet voor niets is. Voor sommigen is het voldoende om hun ding kenbaar te maken. Zij vormen de hoofdmoot van de reageerders vandaag. Maar anderen, met een meer afwachtende houding, kunnen enkel over de streep worden getrokken als er iets tegenover staat.”
Ike Picone:
‘Internauten zijn zich ervan bewust dat webpolls spielerei zijn en dus niet wetenschappelijk’
Picone doelt daarbij niet op tastbare beloningen, zoals een lcd-scherm of tickets voor de opera. “Het opnemen van een reactie in de krant of op televisie kan de drempel al wegnemen”, legt hij uit. “Of het bundelen van de reacties en ze afgeven aan een beleidsverantwoordelijke.”
Hij maakt wel een kanttekening bij het gebruik van niet-representatieve internetpolls in artikels. “Dat is misbruik en strookt ook niet met de journalistieke waarden. De internauten zijn zich ervan bewust dat dergelijke polls spielerei zijn en dus niet wetenschappelijk. Ze stemmen voor het plezier, om hun standpunt te vergelijken met andere lezers of om de resultaten te zien. Maar ze koppelen daar geen grote conclusies aan. Anders wordt het als een journalist de gegevens in een artikel verwerkt met een bepaalde ondertoon. Die ondertoon wordt dan wel door de lezer overgenomen, zelfs al is het argument gebaseerd op een niet-wetenschappelijke webpoll”, waarschuwt Picone.
Informatie ver-te-veel-ing
In het onderzoek van Picone maakt de RSS-lezer een slechte beurt. De gebruikers worstelden in de proeven met de RSS-lezer met de overvloed aan informatie. Ze hadden schrik iets te missen en maakten een selectie die heel nauw aanleunt bij de selectie van de klassieke media.
“Slechts weinigen zien een echte meerwaarde in de RSS-feeds. Het aspect ‘nieuws personaliseren’ sloeg niet aan. Begrijpelijk ook, want de gemaakte selectie kwam sterk overeen met de selectie van een doorsnee redactie. Grote inspanningen doen om een eigen gepersonaliseerde pagina op punt te krijgen, of gewoon de media volgen: de keuze is vlug gemaakt”, weet Picone.
Daarnaast signaleert hij een duidelijke angst voor het teveel aan informatie. “De RSS-lezer werd heel snel gedumpt. De gebruikers kregen een schuldgevoel omdat ze niet alle feeds konden doorlopen. Die ‘nieuws ver-te-veel-ing’ was duidelijk aanwezig bij de proefpersonen”, zegt Picone.
Passief aan de kantlijn
Dankzij het onderzoek heeft hij een genuanceerder beeld van web 2.0. In slogans als ‘Iedereen uitgever’ gelooft hij niet. “Broadcasting blijft vandaag nog altijd een belangrijke speler”, stelt Picone vast. “Bovendien vergt participatie een zekere inzet en ook heel wat tijd. Dat laatste is nu al zo schaars bij de meeste mensen. Ik denk dan ook niet dat de verhoudingen de komende jaren sterk zullen veranderen.” Heel wat socialemedia-experts geloven in de 1-10-100-regel van Bradley Horowitz. 1 procent creëert nieuwe content op het web, 10 procent participeert en de rest staat passief aan de kantlijn. Daar zal dus weinig aan veranderen.
Picone is ook kritisch over zichzelf. “Professionele mediagebruikers bekijken het medialandschap te veel vanuit het eigen standpunt. Hoog opgeleide nieuwsjunkies vinden web 2.0, personalisering, enzovoort fantastisch. Maar een gewoon gezin ligt daar niet wakker van. Ze vragen geen diepgravende journalistiek en willen niet enorm veel extra informatie, maar zijn tevreden als ze snel – en het liefst op een niet al te inspannende manier – weten wat er in de wereld gebeurt.”
Onderzoeksmethode
De VUB-onderzoeker Ike Picone volgde veertig Vlamingen. “Bloggers, jongeren en mediamedewerkers werden uitgesloten. De groep was wel mediageletterd”, stipt Picone aan. Allemaal moesten ze een week lang een dagboek van hun mediagebruik bijhouden. De helft werd tien maanden lang gevolgd, kreeg regelmatig opdrachten (RSS-lezer gebruiken, werken met NuJij.nl, Nieuws.be uitproberen), beantwoordde vragenlijsten en werd onderworpen aan diepte-interviews.
Het onderzoek werd deze maand afgesloten en wordt vrijdag 20 november voorgesteld op de afsluitende conferentie van FLEET, een multidisciplinair onderzoeksproject naar Vlaamse e-publishing trends.
Het rapport ‘Nieuwsprodusage in Vlaanderen’ kan ook online worden geraadpleegd.




Wijs artikel. De conclusie over personalisatie strookt met mijn intuïtie: als lezer verwacht ik dat een nieuwswebsite mij hun visie geeft op wat belangrijk is, niet dat ik zelf die selectie moet maken.
Het zou interessant zijn om ook eens het belang en de winstgevendheid van mobiele nieuwswebsites en een iPhone app zoals die van De Standaard te onderzoeken. Dat lijken me ook zo’n dingen die waarschijnlijk leuk zijn om te maken en mooi om te tonen dat je mee bent met de laatste trends, maar is er een publiek voor?
Met delen van de inhoud ga ik volledig akkoord, met sommige zaken ga ik iets minder akkoord. “doorsnee internauten gooien niet zomaar alles online gooien. Integendeel, ze zijn zich zeer bewust van ‘het publiceren’ en houden rekening met de gevolgen van hun actie.” Nu kan je me veel wijsmaken…maar ook niet alles. Ik haal persoonlijk vaak mijn wenkbrauwen op als ik soms dingen lees op het profiel/status van vrienden of collega’s op netlog, facebook of andere web 2.0 -platformen. Ik ben ervan overtuigd dat software en bedrijven gespecialiseerd in reputation management enorm zal toenemen in de toekomst. Mensen posten vaak iets emotioneel, onbezonnen of uit frustratie…spijt komt echter vaak na de daad, daden die niet zo eenvoudig te deleten zijn.